In de 13e eeuw is de burcht Bečov nad Teplou door de heren van Osek op een vooruitspringende rots gesticht op de plaats van een landelijke handelspad zodat het pad beschermd kon worden en de belasting opgehaald worden. De grootste bloei van de burcht dateert tot de 15e eeuw wanneer het eigendom was van de familie Pluh van Rabštejn die zich met goud-, zilver en tinmijning bezig hielden. De Pluhs hebben de twee oudste gedeeltes van de burcht met elkaar verbonden en later hebben ze een nieuw representatie- en woonpaleis laten bouwen in de stijl van de renaissance. Kašpar Pluh is aan het hoofd van een standsopstand tegen Ferdinand I komen staan die mislukt is en hij is ter dood veroordeeld. Het landgoed van Bečov is verder gebruikt als een garantie voor de schulden van de keizerlijke kamer. De aan tin verbonden prosperiteit is vanwege de dertigjarige oorlog beëindigd omdat de burcht toen bezet en beschadigd is door het Zweedse leger. Het meest waardevolle gedeelte van de burcht is de MariaBoodschapkapel uit 1400 waar de oorspronkelijke fresco´s zijn waarop zeventien bijbelse scénes afgebeeld zijn.
Op de funderingen uit die tijd (grote bastions boven de burchtgracht) is een barok kasteel met een achtzijdige toren ontstaan in de 18e eeuw. Binnen de toren zijn representatiezalen gebouwd, een bibliotheek en een kapel. Rechtstreeks uit de kasteelvertrekken kon men de terrastuinen betreden die door bronnen en fonteinen versierd zijn. In de 19e eeuw zijn de burcht en het kasteel verbonden in een geheel. De architect Josef Zítek heeft een romantisch ontwerp gemaakt van een verbouwing, daarvan zijn slechts gedeelten gerealiseerd, vooral de interieurs. Die zijn met kostbare collecties ingericht, schilderijen en gobelins uit het bezit van de Belgische familie Beaufort-Spontin die Bečov in 1813 gekocht heeft. Het kasteel is recent geheel gereconstrueerd. Tegenwoordig is er een expositie togankelijk De geschiedenis en betekenis van relikwieënkastjes. In 1985 is in de slotkapel een unieke romaanse relikwieënkastje gevonden van heilige Maurus. Dit kastje dat uit de 12e eeuw komt, is het meest kostbare artikel in de expositie. Het is voor twee en een half duizend frank gekocht door Alfréd de Beaufort. Hij heeft het laten repareren en heeft het daarna naar Bečov overgebracht. Toen de Beauforts als open medewerkers met de Nazi´s het kasteel aan het einde van de Tweede Wereldoorlog moesten verlaten, hebben ze het relikwieënkastje onder de burchtkapel begraven omdat ze hadden verwacht dat ze weer gauw terugkomen. Het waardevolle monument heeft er meer dan veertig jaar gelegen. In de jaren tachtig hebben de Tsjechoslowaakse criminalisten een tip ontvangen dat een buitenlandse handelaar bemiddeling aanbiedt in de uitvoer van een toen al vergeten relikwieënkastje. Nadat er uitvoerige archiefstudie en verhoren van ooggetuigen zijn gepleegd, zijn er een paar plaatsen vastgesteld waar het kastje zich kon bevinden. Op 5 november 1985 is het relikwiënkastje dat met flessen van wijn en cognac was belegd, echt gevonden. Het is met behulp van ongeveer zestig specialisten uit Tsjechië en het buitenland gerestaureerd. Vanaf 2002 is het kastje in een speciale brandkluiskamer van het Bečov kasteel tentoongesteld.
Opmerking: unieke nachtbezichtigingen + bezichtigingen van het Sint-Maurus relikwieënkastje


